Ritme PDF Afdrukken E-mailadres

Het ritme is de herhaling of de regelmaat in een gedicht door middel van strofebouw en metrum.

1. strofebouw

   regelige strofe   
a.  2  distichon
b.   3  terzine
c.   4  kwatrijn
d.   5  quintet
e.   6  sextet
f.   7  septet
g.   8  octaaf
h.   9  novet

 

 

Is de regelmaat in een gedicht door middel van opeenvolging van versregels. Dit zijn zichtbare of hoorbare pauzes in het gedicht. Dus vormen ze de ritmische basiseenheden voor de poëzie. De strofes binnen de strofebouw worden benoemd aan de hand van het aantal versregels zoals bovenaan bescchreven.

voorbeeld:
Een sonnet is een veertienregelig gedicht, waarvan de bekenste het Italiaanse sonnet en het Shakespeare sonnet.

Een korte toelichting over het Italiaanse sonnet:
14 regels in 4 strofes van 2 keer 4 regels en 2 keer 3 regels met als rijmschema
abba abba cde cde met een breuk in toon of betekenis tussen strofe 2 en 3. Dit noemt men de volta binnen een sonnet.

 

2. metrum

Is het regelmatig afwisselen van beklemtoonde lettergrepen (heffing) en onbeklemtoonde lettergrepen (daling) in de versregel.Deze afwisselingen vormen de ritmische basiseenheden van een versregel, de versvoet. Deze kan tweedelig of driedelig zijn, wat de afwisseling van heffing en daling betreft, bijvoorbeeld 1 heffing en 1 daling ofwel 1 heffing en 2 dalingen. Er zijn verschillende soorten van versvoeten waarvan de volgende de bekenste zijn:
a. jambeb
b. trochee
c. dactylus
d. amfibrachys
e. anapest

a. jambe
Is de afwisseling van onbeklemtoonde lettergreep (1daling) en van een beklemtoonde lettergreep (1 heffing).

voorbeeld:
de jambische pentameter of vijfvoeter. Deze bestaat uit 10 posities van versvoeten, namelijk 5 dalingen en 5 heffingen met 5 periodes van 1 daling en 1 heffing, waarvan de periode een jambe is.

b. trochee
Is de afwisseling van beklemtoonde lettergreep (1 heffing) en van onbeklemtoonde lettergreep (1 daling)

voorbeeld:
de trocheïsche tetrameter of viervoeter. Deze bestaat uit 8 posities van versvoeten, namelijk 4 heffingen en 4 dalingen met 4 periodes van 1 heffing en 1 daling, waarvan de periode een trochee is.

c. dactylus
Is de afwisseling van beklemtoonde lettergreep (1 heffing) en van twee onbeklemtoonde lettergrepen (2dalingen)

voorbeeld:
de dactylische hexameter of zesvoeter. Deze bestaat uit 18 posities van versvoeten, namelijk 6 heffingen en 12 dalingen met 6 periodes van 1 heffing en 2 dalingen, waarvan de periode een dactylus is.

d. amfibrachys
Is de afwisseling van onbeklemtoonde lettergreep (1 daling), van beklemtoonde lettergreep (1 heffing) en onbeklemtoonde lettergreep (1 daling), waarvan de eerste daling een onbeklemtoonde opmaat is

voorbeeld:
de heffingspoëzie

e. anapest
Is de afwisseling van 2 onbeklemtoonde lettergrepen (2dalingen) en van beklemtoonde lettergreep (1 heffing)

voorbeeld:
de anapetische trimeter of drievoeter. Deze bestaat uit 9 posities van versvoeten, namelijk 6 dalingen en 3 heffingen met 3 periodes van 2 dalingen en 1 heffing, waarvan een periode een anapest is.
 

3. afwijkingen van het metrisch patroon

a. antimetrie
b. hypermetrie


a. antimetrie
Hierbij wijkt men af van het vaste patroon aan de hand van een accentverplaatsing op de positie waar het normaal niet hoort in het gedicht. Deze afwijking komt bijvoorbeeld voor bij het begin van een jambische versregel.
Dit heeft de bedoeling om een accent te leggen op een bepaald woord of een bepaalde versregel.

b. hypermetrie
Hierbij wijkt men af op het metrum van de Jambe. Namelijk bij deze jambe wordt op het einde van de versregel een extra onbeklemtoonde lettergreep toegevoegd. Deze soort jambe noemt men het hypermetrisch of hypercatalectisch vers, namelijk op deze manier V- / V-V(= extra beklemtoonde lettergreep)/V-/V-/V-
 

4. ritmische vrijheid

a. elisie
b. contractie
c.  epenthesisis het verlengen van een woord door de toevoeging van een toonloze e
d. enjambementis de regelgrens niet laten samenvallen met de natuurlijke pauze in een volzin
e. proclise
f. diaeresis

Het ritme is de herhaling of de regelmaat in een gedicht door middel van strofebouw en metrum.

a. elisie
Is het verkorten van een woord door een toonloze e

voorbeeld:
d’ uiterste seconde

b. contractie
is het samentrekken van twee lettergrepen na het weglaten van de tussen d

voorbeeld:

blaêren in plaats van bladeren

c. epenthesis
is het verlengen van een woord door de toevoeging van een toonloze e

voorbeeld:
roerelozen in plaats van roerlozen

d. enjambement
is de regelgrens niet laten samenvallen met de natuurlijke pauze in een volzin

e. proclise
is werken met ’t in plaats van het

voorbeeld:
’t altaar in plaats van het altaar

f. diaeresis
is het breken van een tweeklank of lettergreep door het scheiden van twee klinkers door een trema.

 
Website by Intertron